Oud in nieuw jasje; The Arrow and the Song

Soms kom je op het internet ineens een oud gedicht tegen in een nieuw modern jasje gestoken, zoals The Arrow and the Song een gedicht uit 1845 opnieuw gebracht door de jonge Jacob Collier

Henry Wadsworth Longfellow (1807-1882)

The Arrow and the Song

I shot an arrow into the air,
It fell to earth, I knew not where;
For, so swiftly it flew, the sight
Could not follow it in its flight.
I breathed a song into the air,
It fell to earth, I knew not where;
For who has sight so keen and strong,
That it can follow the flight of song?
Long, long afterward, in an oak
I found the arrow, still unbroke;
And the song, from beginning to end,
I found again in the heart of a friend.

Notes

1] Longfellow wrote: “October 16, 1845. Before church, wrote The Arrow and the Song, which came into my mind as I stood with my back to the fire, and glanced on to the paper with arrow’s speed. Literally an improvisation.” (Editor, p. 234.)

Ik droom je

In vage flarden zweef je
door mijn hoofd wat
slapende lijkt.
Niet de verlangende gedachten,
maar losse beelden van
iemand die ik niet lijk te kennen
totdat een paar woorden
fluisterend over lippen
aanspoelen in de gedachten stroom
vertrouwd, even herkenbaar zijn
Het maalt, ik droom je voor het eerst
sinds lang  levensecht dichtbij en
voel je verder weg dan ooit.

Het langzaam weg stervende geluid

De muziek

Toen de vraag-krullen der cello’s trager
bewogen en het hoofd van de violist
afstierf – laag en lager -
op het gevoelig lichaam der viool,
toen kwam er rust, -
en in dat zwijgend ogenblik
waart Gij, o God,
noch vrede, noch geluk,
maar verruk-
kelijke pijn,
verschrikkelijke lust.

Karel van den Oever (1879-1926)
Uit de bundel: Paviljoen (1927)

Gebonden

Met een oog open, sluit de ander.

Denkend aan de Vos, die niet sluw en slim,

maar strelend blijft inspireren

en stil wordt het voorbije moment vervloekt,

de kans van warme zachte aanraking,

vervlogen in professioneel samen zijn.

.

Trouwe gebondenheid die niet los wil laten,

of losgelaten wordt, misschien uit angst het

te verliezen. Vermoeidheid van het moment

wat bleek, oud en uitgezakt stil vastbind op de plaats,

terwijl het binnenste met gesloten ogen roept

dat dit alles uiterlijke schijn is “ik wil je”

.

doet denken terwijl vingers zacht tikkend

op het glas in gedachten naar plaatsen gaan

vochtig en warm, regelmatig gevonden maar

al weer lang niet aangeraakt door de Vos zijn penseel.

Zijn streken is hij niet verleerd, zijn wilde haren niet kwijt.

Wat van zijn hand komt blijft boeiend mooi.

( illustraties Peter Vos )

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.